Dingen

“Je ogen zijn groter dan je maag” – iedereen kent wel die uitdrukking. Bij mij gebeurt dat bijna nooit. Mijn bord is half vol of half leeg, maar het komt hoe dan ook allemaal op. Zeker na het sporten sta ik soms versteld van de porties die ik eet. Ik lust ook nog eens bijna alles, dus het komt eigenlijk wel goed uit dat mijn overclocked hersenen veel energie verbruiken.

Ik heb wel iets vergelijkbaars met dingen, ik ben veel te snel enthousiast. Het is niet dat ik geen ‘nee’ kan zeggen, ik vind gewoon veel te veel dingen leuk. Helaas heb ik niet genoeg tijd en geld om al die leuke dingen ook uit te voeren of aan te schaffen. Goede marketeers en verkopers zijn bij mij aan het juiste adres als ze hun targets willen halen. Opdrachtgevers op werk krijgen te maken met iemand bij wie alles kan. En zelf krijg ik ontzettend veel energie en inspiratie van de ideeën.

Meestal ben ik er echt van overtuigd dat iets kan. Dat lijkt op het eerste gezicht ook zo. Als ik een proces vastleg in een workflow, is de happy flow zó klaar. Maar dan moeten alle uitzonderingen en vertakkingen er nog in, met een naderende deadline. Als ik me inschrijf voor een halve marathon, loop ik eerst nog vrolijk alle beren op de weg voorbij, maar later halen ze me alsnog in, vergezeld van een legertje mannen met hamers. En die nieuwe blog, dat sportschoolabonnement, superleuk, maar ik heb nog zo veel andere dingen te doen! Daar komen de spontane afspraken of andere last minute activiteiten nog bij (of voor in de plaats).

Af en toe heb ik een dag waarop al die dingen even on hold worden gezet. Ik wil wel door maar het lukt even niet. Gelukkig heb ik nog genoeg vrije dagen over. Vandaag was zo’n vrije dag en ik heb me beziggehouden met het vooral niet doen van veel dingen. Morgen is er weer een nieuwe dag, met nieuwe energie, dan kan alles weer.

Leidmotief

Vorige week heb ik mijn blogposts getagd. De meeste tags zijn duidelijk en gerelateerd aan ADD maar een aantal andere wil ik hier even toelichten omdat ze voor mij een betekenis hebben. De symboliek erachter vormt een soort rode draad door mijn leven.

De Fouriertransformatie staat symbool voor de dingen die niet gelukt zijn, ondanks de grote inspanningen en sterke wilskracht. Teleurstellingen die me tegenhielden bij het bereiken van doelen, door mezelf gesteld of door anderen opgelegd. Kenmerkend daarbij is dat de doelen echt niet onrealistisch waren. Dat maakt de frustratie bij het falen groter.

Choco vertegenwoordigt alles in het leven wat mij gelukkig maakt. Een eervolle vermelding gaat naar chocoladeijs maar er is zoveel meer! Ontspanning en goede gesprekken met leuke mensen, muziek, sporten, lachen, dingen die wel gelukt zijn, mijn kat, dromen én gadgets. Uiteraard staat choco ook gewoon voor choco, want daar kan ik ook erg blij van worden.

De eekhoorn komt tussendoor langsgehuppeld, waardoor ik telkens weer afgeleid word. De eekhoorn is ADD, de oorzaak van de aandachtsstoornis en het concentratieprobleem. Om verder te komen moet ik de eekhoorn een plaats geven. Negeren is niet de oplossing, maar ik wil dat langsrennende eekhoorntjes zo normaal voor me worden dat ze me niet meer opvallen.

Een ADD’er associeert deze drie tags binnen een brainstorm tot een compleet plaatje. Zelf ben ik er nog niet helemaal uit, maar dat komt nog wel.

De eekhoorn is slim
Voor slechte tijden spaart hij zijn leven
en zijn eten
Verzamelt op plaatsen momenten
en zijn eten
De eekhoorn is dood
Zijn hele leven ligt onder de grond
en zijn eten

Uit: Metaforen voor Sirius (1996) – Canaria

Nerds

Vandaag was het Programmer’s Day en ook International Chocolate Day. Een feestdag die gevierd moest worden met het refactoren en inchecken van wat pure choco onder het genot van een stukje code.

Eigenlijk ben ik een nerd. Ik hou van nerdhumor, ben onderdeel van de technology-afdeling van mijn werk omdat ik graag programmeer en ik ben moderator geweest van een nerdforum. Verder had ik op de middelbare school een bètapakket waardoor ik bij vooral jongens in de klas zat. Ook nu nog heb ik meer vrienden dan vriendinnen.

Maar ik ben ook wel een miepje, met rokjes, hakjes en roze spulletjes. Dat is leuk als ik bij de computerwinkel in miepje-modus vraag naar geheugen voor mijn laptop en dat geheugen vervolgens specificeer in nerd-jargon voor gevorderden. Om ten slotte de verbouwereerde verkoper schaapachtig aan te kijken alsof ik geen idee heb wat ik zojuist gevraagd heb.

ADD komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, voor de variant met hyperactiviteit (ADHD) geldt het omgekeerde. Ik heb dus de vrouwelijke uitingsvorm en ik ben me bewust van de wankelheid van deze uitspraak, gezien de relatief hoge prevalentie van ADD onder de nerds in mijn omgeving. Toch vraag ik me af of er ook echt een verband is.

ADD’ers zijn vaak sterk analytisch ingesteld en dat past goed bij een baan in de technische hoek van de IT. Hyperfocus en programmeerwerk gaan ook erg lekker samen. Maar zijn er ook vrouwen met ADD in typische vrouwenberoepen? Die hun ADD-gerelateerde empathie en intuïtie wat meer naar de voorgrond van het professionele vlak trekken. Ervaringen? Ik hoor ze graag! Ook van nerds (m/v) met ADD, trouwens.

Soundtrack

Naast sporten en autorijden is er nog iets wat bij mij goed werkt als ik mijn gedachtenstroom even wil terugspoelen naar een interessante passage die nog wat meer aandacht verdient: muziek luisteren. Nog beter is het als ik kan sporten of autorijden tijdens het luisteren naar muziek.

Jaren geleden had ik een cd-speler (ik heb hem nog steeds!) met DDRP: Dynamics Detection Recording Processor. Dat was een functie die bedoeld was om het uitgangsniveau te bepalen voor opnames op tape. De cd werd versneld gescand op pieken in frequentie en amplitude. Doordat ik de Fouriertransformatie nooit heb kunnen bevatten, weet ik niet precies hoe DDRP werkt, maar ik gebruikte de functie vaak, als ik weer een cassettebandje samenstelde voor in mijn Walkman op de fiets.

JVC cd-speler

Ik scan vaak door mijn gedachten van de dag, waarbij ik de pieken markeer om ze later nog eens terug te kunnen halen. Daarbij laat ik de de soundtrack bepalen door de shuffle-functie van mijn iPod.

‘Shuffle All’ is mijn favoriete afspeelstand. Tegenwoordig is er Spotify, maar ik ben een van de 3,5 fans van iTunes (voorzichtige schatting) en ik heb een library met daarin al mijn cd’s in de gefouriertransformeerde versie. Dus ook de cd’s uit de dalperiodes van mijn fluctuerende muzieksmaak. Af en toe komt er een bizar slecht liedje voorbij. Of een nummer waarbij ik herinneringen heb.

Iedereen heeft wel herinneringen bij bepaalde muziek. Beelddenkers zien daar ook weer het plaatje bij. Ik ben dat ondanks mijn ADD (waarbij denken in beelden vaker voorkomt) overigens niet, ik denk in platte tekst met een beetje markup. Herinneringen rakelen gevoel van toen op. Als ik Don’t Speak van No Doubt hoor, vind ik mezelf weer terug op dat studentenfeest in de Odeon. <em>Niet blij</em>, zeg maar. Dat is dan hardlopen met een rotgevoel, terwijl ik net de leukste gebeurtenis van de dag opnieuw aan het afspelen was in mijn gedachten …

Gelukkig is het meestal niet zo heftig. Luisteren naar muziek helpt me als ik me wil afsluiten van andere prikkels. En bij de meeste liedjes op mijn iPod heb ik fijne herinneringen. Zoals aan die ene namiddag, in de auto, met de zon aan en een hoofd vrij van zorgen, toen dat heerlijke nummer ook voorbij kwam.

Soundtrack bij deze blogpost

  • Christina Aguilera – Genie in a Bottle
  • Savage Garden – Promises
  • No Doubt – Don’t Speak
  • Natalie Imbruglia – Torn
  • Beenie Man – Dancehall Queen
  • Is Ook Schitterend – Voltooid Verleden Tijd
  • Coolio – Gangsta’s Paradise
  • Prince – 1999
  • Lighthouse Family – High

Zelfdiscipline

Zelfdiscipline en ADD. Ik heb even nagedacht over een goede vergelijking, iets om de gespannen verhouding mee uit te drukken, zoals water en vuur, de kip en het ei of Canaria en de wekker, maar dat had geen resultaat. Het lijkt me ook zonder pakkende intro wel duidelijk dat zelfdiscipline en ADD geen harmonieuze combinatie vormen.

Ik neem mezelf elke dag wel iets voor. Daarbij komen vaak dezelfde onderwerpen langs. Op tijd gaan slapen, regelmatig sporten, nooit meer roken, administratie bijwerken, vaker stofzuigen en goedkoper boodschappen doen. Bij al die goede voornemens zijn de voordelen groot, toch lukt het vaak niet om een goede gewoonte vol te houden.

Neem nu dat sporten. Ik ben erg gevoelig voor marketing en verkooppraatjes, dus elke keer als ik na een periode van inactiviteit over de drempel van een sportschool ben gestapt, loop ik even later met een abonnement en een motivatieboost naar buiten. Eigenlijk vind ik het ook superleuk om te sporten, zelfs rennen op een loopband. Hardlopen heeft ook een soort therapeutisch effect voor ADD’ers. Ik ga er niet minder door denken, maar mijn gedachten worden er wel optimistischer en positiever van.

Terwijl ik aan het rennen ben, denk ik altijd: morgen weer! Een dag later vind ik dat ik te moe ben doordat ik te laat ben gaan slapen. Of ik moet voor sluitingstijd nog naar de goedkopere supermarkt, of stofzuigen of mijn declaraties eindelijk doen, waardoor ik toch niet ga. En als ik dan een keer echt zin heb in een goede workout, hangen mijn sportkleren nog aan de waslijn. Thuis even ophalen heeft geen zin, want voor ik het weet zit ik dan weer een uur achter de laptop.

Toch gaat het de laatste tijd redelijk goed. Ik heb nu een doel, ik train voor de halve marathon en dat doe ik met een groepje. Die halve marathon is een fysieke uitdaging, maar de aanloop is vooral een overwinning voor mijn zelfdiscipline. Nog iets minder dan zes weken training resteren, het wordt zwaar en dat is goed. Nu ga ik mijn sporttas inpakken, ervoor zorgen dat ik niets vergeet, want morgen ga ik weer!

Informatieverslaving

“Je hebt een informatieverslaving!”

Als informatiekundige moest ik die constatering, gehoord tijdens therapie, natuurlijk ontrafelen. Het is in ieder geval niet hetzelfde als FOMO (Fear of Missing Out). Ik ben wel actief op social media, maar niet voortdurend connected. FOMO gaat vooral over sociaal contact, informatieverslaving is meer dan dat. Ook interesse in nieuws en actualiteiten dekt de lading niet. Ik kijk bijna nooit tv en lees alleen in het weekend de krant, dus ik weet nog niet half wat er verder in de wereld gebeurt.

Informatie is het tussenproduct van een proces. Dat proces begint met prikkels. Visuele, auditieve of sensorische prikkels die zintuiglijk kunnen worden waargenomen. Waarnemingen leveren gegevens, data op. Structureren van gegevens leidt tot informatie. Structureren betekent bijvoorbeeld toevoegen van metadata, classificeren, opslaan en ontsluiten. Wanneer informatie vervolgens wordt toegepast en betekenis krijgt binnen een bepaald domein, ontstaat het eindproduct kennis. Kennis beïnvloedt de perceptie van de wereld, voor een nieuw proces. En zo gaat het maar door.

Informatieverslaving zit volgens mij in de verhoogde behoefte om structuur aan te brengen in de oneindige datastroom. Ik geloof niet dat mensen zonder informatieverslaving minder waarnemen. Zij zijn gewoon beter in staat om de opbrengst van hun waarnemingen te filteren op relevantie. Dat gaat mij minder goed af.

Een van de kenmerken van ADD is het vermogen snel verbanden en associaties te leggen en daardoor op creatieve ideeën komen. Dat kan de indruk geven van ‘outside the box’-denken, maar dat is het niet, de box bevat gewoon meer. Creativiteit is wellicht ook niet het juiste woord. Bij de aanvoer van veel bronmateriaal is het bovendien akelig inefficiënt, veel uitgedachte verbanden en associaties zijn nergens nuttig voor.

Voor een informatiekundige is zo’n informatieverslaving geen groot voordeel. Bij het analyseren van organisatieprocessen en de beschrijving ervan in een informatie-architectuur is vooral kennis en analytisch inzicht van belang. De hoofdzaken van de bijzaken kunnen onderscheiden, het grotere plaatje zien, het systeem ontdekken. Niet urenlang bij een detail stilstaan. Bij het bedenken van oplossingsrichtingen komt informatieverslaving beter van pas. Een stapel concepten is zo opgeleverd. Zolang het niet over praktische haalbaarheid gaat, zijn ze vaak ook vrij goed.

Buiten mijn werk is het internet een fantastische bron om de informatieverslaving in stand te houden. Een artikeltje op Wikipedia lezen, resulteert in twintig nieuwe tabs met andere interessante artikelen. Ik wil overal iets van weten, meerdere informatieprocessen gelijktijdig laten draaien. FOBAL:  Fear of Being a Layperson. Ik denk dat de therapeut zoiets bedoelde met zijn opmerking.

Lezen en schrijven

Na de diagnose kreeg ik het advies om veel te lezen over ADD. Dat heb ik uiteraard gedaan, ik lees sowieso erg graag en ook veel. Vooral in Amerika wordt veel over ‘modeziekte’ AADD (adult attention deficit disorder) gepubliceerd. Er zijn tientallen, misschien wel honderden websites over ADD met veel informatie en daarnaast veel boeken. Een mede-ADD’er stuurde me een aantal titels waar hij zelf veel aan had gehad. In al die informatie kwam telkens de kindertijd terug. Mensen die op volwassen leeftijd de diagnose hebben gekregen, realiseren zich dat situaties en problemen uit hun jeugd te herleiden zijn tot ADD. Dat is voor veel AADD’ers verhelderend.

Ik weet nog dat ik een kind was dat zich vrij gemakkelijk aanpaste. Omdat ik op vierjarige leeftijd al kon lezen en schrijven, mocht ik de eerste klas van de lagere school overslaan. Vanwege vooral praktische bezwaren is dat niet doorgegaan. Op school deed ik gewoon met de andere kinderen mee, maar als ik eerder klaar was met rekenen, schreef ik verhaaltjes. Leren ging verder vanzelf, waardoor problemen met concentratie zich niet manifesteerden. Wat ik me ook herinner is dat ik voorlezen niet leuk vond. Ik las liever zelf en stopte bij saaie verhalen mijn vingers in mijn oren.

liesje
Canaria, 7 jaar

Vandaag heb ik mijn schoolspullen weer eens opgezocht, gelukkig heeft mijn moeder veel bewaard. Een paar opmerkingen uit mijn rapport van de eerste klas vielen me op: “Schrijft erg leuke verhalen met veel fantasie en grapjes […] ze is wel erg slordig met haar spullen.” Dat laatste kan toeval zijn, maar klinkt herkenbaar. Ook vergat ik wel eens mijn konijn Puck eten te geven. De schriftjes laten verder een patroon zien dat nu nog aanwezig is: ik begon elke schrijfles supergemotiveerd, heel netjes, tussen de lijntjes en met mooie krullen. Na drie regels zakte dat helemaal in en de laatste regel die ik moest overschrijven schreef ik bijna onleesbaar. Dat leverde een “oei!” in rode letters van de juf op en ik verspeelde er een stickertje mee. Dat ik toen al een ADD’ertje was, kwam dertig jaar later niet als een verrassing.

Die verhaaltjes van toen zijn weer een verhaal apart. Ik maakte er boekjes van want ik wilde schrijver worden. Een idee dat door de jaren heen nog vaak in mijn hoofd is opgekomen, maar dat telkens snel verdrongen werd door andere dingen. De laatste tijd denk ik er weer aan, meer dan ooit. Dankzij de medicatie heb ik nu eindelijk af en toe de rust die nodig is om langer te kunnen schrijven. Op mijn computer staan al veel losse fragmenten en in mijn hoofd zit nog veel meer. Misschien komt het ervan …

Sterk verhaal

Terug naar mijn eerste blogpost. Daarin schreef ik dat ik toevallig de diagnose ADD kreeg toen dat tijdens therapie ter sprake kwam. Ik zat daar dus niet vanwege een vermoeden van ADD. Psychotherapie is nog een beetje taboe, het is niet iets waar mensen het openlijk over hebben. Ik eigenlijk ook niet, maar het was voor het verhaal wel relevant. Professionele hulp inschakelen was bovendien een van mijn betere beslissingen van vorig jaar.

Voor ADD bestaan ook therapieën en praatgroepen, die volg ik zelf niet. Nadat de diagnose was vastgesteld, aan het einde van mijn behandeling, ben ik nog één keer ter controle van de medicatie bij de therapeut geweest. Eigenlijk geloofde ik niet zo in therapie en de therapeut had dat in de eerste sessie al door. Hij zei: “Je denkt nu dat ik trucjes op je ga toepassen die bij jou toch niet werken en dat iemand die niet zo gecompliceerd denkt je nooit kan begrijpen. En dat klopt.” Waarschijnlijk was dat ook een truc, maar die was dan wel supereffectief. Deze therapeut kon ik vertrouwen, daardoor sloeg de behandeling gelukkig goed aan.

Toen ik hulp zocht, ging het erg slecht. Ik kwam uit een relatie die me behoorlijk stuk had gemaakt, waarin ik niet sterk genoeg of juist te sterk was geweest om op te geven. “Match made in heaven”, zei een gezamenlijke collega toen het vijf jaar daarvoor allemaal begon. Ik geloof nog steeds dat het waar was, maar op aarde zijn de omstandigheden toch anders. Door m’n impulsiviteit heb ik destijds mensen keihard gekwetst zonder daarbij stil te staan. In de jaren daarna ontweek ik mensen die zich zorgen om me maakten. Er is een rustige periode van ruim twee jaar tussendoor geweest, maar ondanks afstand en minimaal contact was het nog niet afgesloten. Daarvoor was nog een korte maar heftige herkansing nodig. Toen ik die ook had verloren, was ik echt toe aan therapie.

Als dat allemaal niet was gebeurd, wist ik nu niet dat ik ADD heb. Het is dus toch ergens goed voor geweest. Aanleiding en gevolg tegelijk, met daarbij een lading ervaringen die later vast leuk zijn in boekvorm, wie weet …

Impulsen

Voordat het op de eerste tegeltjes verscheen en miljoenen mensen de wijsheid gingen gebruiken bij belangrijke beslissingen, moet er iemand zijn geweest die voor het eerst zei: “je kunt beter spijt hebben van de dingen die je hebt gedaan dan van de dingen die je niet hebt gedaan”. Ik weet bijna zeker dat die persoon geen ADD’er was.

ADD gaat vaak gepaard met grote impulsiviteit en dat is op z’n minst een beetje vreemd als je bedenkt dat ADD’ers de hele dag door denken, wikken, wegen en piekeren. Dat levert helaas maar weinig weloverwogen beslissingen op.

Mijn impulsiviteit is vaak juist het gevolg van de twijfel. Als ik vind dat ik echt al veel te lang met iets rondloop, sluit ik rigoureus opties af. “Een bom neergelegd”, schreef ik vorige week in een WhatsApp-berichtje aan iemand. Dat lucht op korte termijn enorm op, maar vaak word ik achteraf met gevolgen geconfronteerd waar ik helemaal niet aan had gedacht.

Ik ben momenteel drie boeken aan het lezen over de psychologie achter beslissingen: Blink: The Power of Thinking Without Thinking (Malcolm Gladwell), Thinking, Fast and Slow (Daniel Kahneman) en How We Decide (Jonah Lehrer). Ik ben altijd meerdere boeken tegelijk aan het lezen en lees zelden boeken helemaal uit, tenzij ik een nachtje over heb, doordat ik de beschrijving van een boek weer eens niet kon weerstaan. Veel boeken in de kast maar vooral op mijn ereader zijn dus inpulsaankopen. De auteurs van bovenstaande boeken hebben alle drie een verschillende visie op de manier waarop mensen beslissingen maken. Gladwell schrijft dat de beste beslissingen worden gemaakt door op een soort intuïtie of eerste ingeving af te gaan. Kahneman is van mening dat het toch beter is om langer over een beslissing na te denken en Lehrer legt de nadruk op de afweging (de strijd) tussen gevoel en verstand. Ik ben er nog niet helemaal uit van welke benadering ik echt aanhanger ben.

Elke benadering kan leiden tot goede of verkeerde beslissingen. Sommige impulsieve “bommen” hebben superpositieve gevolgen gehad, bij andere kostte het me veel tijd, geld en energie om de schade te herstellen en ik heb vaker dan eens spijt van zo’n beslissing gehad. Het is alleen zo jammer dat “er nog een nachtje over slapen” (los van het paradoxale, voor ADD’ers, in dat gezegde) de beslissing niet veel beter maakt.

Associatieweb

Voor mij als ADD’er is de wereld om me heen soms net even te groot. Omdat ik overal associaties zie, waar ik direct over nadenk, wordt de wereld een onoverzichtelijke wirwar van indrukken, verbonden met synapsen. Daar hebben de synapsen in mijn eigen hoofd soms wat moeite mee. Ik functioneer dus het beste in een gestructureerde, beetje stabiele omgeving.

De afgelopen jaren ben ik ongeveer elke anderhalf jaar van baan gewisseld. Tel daarbij op dat mijn werk zich vaak afspeelde in projecten bij wisselende klanten en het wordt duidelijk dat die stabiliteit niet echt aanwezig is geweest. Dit vormde de afgelopen tijd een van de hoofdverhaallijnen van de soapserie van mijn gedachten, die helaas geen zomerstop kent.
Omdat ik cliffhangers vreselijk vind, heb ik de verhaallijnen hier en daar wat bijgestuurd, waarbij ik heb geprobeerd niet in intriges of goedkoop drama te vervallen. Over de uiteindelijke loop kan ik tevreden zijn, de richting is goed en waar het naartoe gaat zal het komende seizoen moeten uitwijzen. Ik ben in mijn werk erg gelukkig met de mensen om me heen, die de gevolgen van ADD niet zomaar accepteren, maar die me wel ruimte geven voor het vinden van een manier om ermee om te gaan.

En soms is de wereld ook erg klein. Ik ben bij mijn huidige werkgever terechtgekomen na een leuk gesprek tijdens een congres, waar ik op uitnodiging van een kennis was. Een van de sprekers was een man die ik had ontmoet bij een vorige werkgever, waar hij een online strategie had gebracht. Een andere spreker was communitymanager van een website waarvoor ik nieuwsberichten heb geschreven. En voor de website van nog een andere spreker ben ik nu eindredacteur en collega-blogger van die kennis maar ook van twee oud-collega’s bij weer andere werkgevers. Dat is een mooie meevaller, de verbanden liggen er al, dus daar hoef ik niet meer over na te denken!